Jos

Jos

Leeftijd: 
66
Reumatische aandoening: 
Jicht

“Jicht werd vroeger ook wel de pastoorsziekte genoemd”, vertelt Jos Wetzels (66). “Toen ik 40 jaar was, kreeg ik mijn eerste jichtaanval. En dan krijg je meteen veel sprookjes te horen. Dat je bijvoorbeeld geen rode port moet drinken, terwijl ik dat al bijna nooit dronk. Mijn huisarts zei zelfs: ‘In Afrika hebben ze geen jicht, hier komt het voor door de rijkheid van ons voedsel.’ Dat was het verhaal dat rondging. Wanneer je zegt dat je reuma hebt, krijg je te horen ‘ach, wat een pech!’ Maar als je zegt dat je jicht hebt, lijkt het wel alsof mensen denken: ‘had je maar wat gezonder moeten leven.’ Jicht zit echt in het verdomhoekje.”

 

Jicht is dan ook een onderbelichte aandoening. Het is meer dan een incidentele ontstekingsaanval en kan grote gevolgen hebben, zoals gewrichtsschade en hart- en vaatziekten. Vaak worden de symptomen behandeld en niet de oorzaak: een te hoog urinezuurgehalte in het lichaam, waardoor urinezuurkristallen zich afzetten in je botten. Terwijl er veel gedaan kan worden als mensen met jichtaanvallen op tijd naar de reumatoloog worden gestuurd.

 

 

“Kreunend van de pijn”

 

Jarenlang heeft Jos last gehad van pijnlijke jichtaanvallen. “Dan lig je echt te kreunen van de pijn”, vertelt hij. “Het is een brandende pijn in je botten, en je gewrichten worden enorm heet. Met dikke handen, knieën en voeten kun je gewoon vier dagen helemaal niks meer. De huisarts zei dat het met wat pijnstillers en natte kompressen wel weer over ging. Dat was ook zo, maar die aanvallen kwamen ook steeds weer terug.” Op een gegeven moment vond ook Jos zijn huisarts het te gek worden.

 

 

 

 

‘Dat zijn reuma handen!’

 

Jos kreeg medicatie voorgeschreven, om de hoeveelheid urinezuur in het bloed te verminderen. Daardoor ging het zo’n tien jaar lang goed, maar toch kreeg hij langzaamaan weer steeds meer pijn. “Alleen waren het dit keer geen jichtpijnen, het voelde echt anders. Toen ben ik naar de reumatoloog gegaan. Die maakte röntgenfoto’s en zei meteen: ‘Dat zijn reuma handen!’ Hij zag dus dat er enorm veel artrose en afgesleten kraakbeen in mijn handen zat, en zei: ‘Als je ooit valt, dan is het de vraag of het ooit nog aan elkaar groeit.’ Toen ben ik meteen gestopt met paardrijden.”

 

Om de pijn te onderdrukken, kreeg Jos zware pijnstillers en maagzuurremmers mee. “Daar heb ik het jarenlang maar mee gedaan”, vertelt hij. “Mijn reumatoloog was ook al wat ouder en legde de focus alleen op pijnbestrijding, maar daardoor werd het niet beter natuurlijk.”

 

 

“Al vier jaar van de pijnstillers af”

 

De nieuwe reumatoloog van Jos, dr. Tim Jansen, is kennisexpert van het Reumafonds en afgestudeerd op jicht. Hij ondervond dat Jos chronische jicht had, maar dat deze reumasoort zich op andere manieren aandiende. Daarom verdrievoudigde Jansen de dosis van de medicatie die Jos nam. “Dat was de eerste paar weken flink afzien”, vertelt Jos. “Deze medicatie zorgt namelijk in hogere dosis eerst voor meer ontstekingen. Maar ik ben nu al vier jaar van de pijnstillers af. Heel af en toe heb ik nog pijn, maar dat zijn meer scheuten dan de branderige pijn van een aanval.”

 

“Ik heb geaccepteerd dat de pijn nooit helemaal meer overgaat”, vertelt Jos. “Door braaf mijn medicijnen te nemen, gezond te leven en veel te bewegen – ik sport wel zeker drie tot vier keer per week – gaat het nu goed. Ik ben een matig mens geworden in de loop der tijd, maar ik krijg er veel voor terug.”

 

 

Met die sprookjes over jicht mag het afgelopen zijn!

 

“Ik ken zoveel mannen tussen de 40 en 70 jaar, die dan een week thuis zitten omdat ze een jichtaanval hebben. Ga nou eens naar de huisarts! Straks breekt de jicht je kraakbeen af, en dan ontwikkel je ook nog artrose. Als de oorzaak niet wordt aangepakt, komen de aanvallen alleen maar terug. Jicht heeft niet te maken met overdaad, maar met een probleem in je stofwisseling, en dat kan behandeld worden. Maar daar moeten mensen wel van op de hoogte zijn. Daarom mag het met die sprookjes over jicht afgelopen zijn!”